www.technologieenindustrie.com

Van data naar meerwaarde

Artificiële intelligentie, cloudservices en automatisering moeten engineering productiever maken. Voor Jan Fleming, Vice President Customer Journey bij Eplan, is dat echter slechts een deel van de uitdaging. Cruciaal is dat data gedurende het hele proces bruikbaar wordt, van voorplanning tot en met exploitatie. AI, engineeringsoftware, netwerken en open standaarden zoals de Asset Administration Shell werken hierbij samen en veranderen afzonderlijke tools in een end-to-end-keten van waardecreatie.

  www.eplan.com
Van data naar meerwaarde

Eplan Next26, dat in mei plaatsvond in München, was een wereldwijd engineeringevent dat ongeveer 1.500 deelnemers uit 36 landen samenbracht. Het evenement bood bezoekers de kans om kennis te maken met nieuwe producten, het Future Lab en de Partner Plaza. Maar naast het nieuwe, bijna festivalachtige format, dat voor elke bezoeker iets te bieden had, bood het evenement Jan Fleming ook een platform om een bredere boodschap uit te dragen: “Eplan ziet zichzelf als de verbindende schakel tussen de verschillende spelers in de industrie—van componentfabrikanten en machine- en installatiebouwers tot eindgebruikers.” En juist deze verbindingen zullen in de toekomst steeds nauwer worden, niet alleen organisatorisch maar ook digitaal. Het doel is om naadloze end-to-end-processen te creëren, van engineering en planning tot ingebruikname en dagelijks gebruik.


Van data naar meerwaarde
Direct geïntegreerd: de intelligente engineeringassistent Eplan Copilot maakt gevalideerde informatie sneller beschikbaar binnen het Eplan Platform 2027 en ondersteunt gebruikers met concrete aanbevelingen voor vervolgstappen.

Van Copilot naar pilot
De meest zichtbare introductie was die van Eplan Copilot, waarin engineeringkennis, platformfunctionaliteit en specifieke taken via natuurlijke taal worden samengebracht. Wil een engineer bijvoorbeeld weten in welke projecten een bepaalde component werd gebruikt, dan volstaat het om het artikelnummer in te voeren. De AI doorzoekt vervolgens alle clou gebaseerde projecten en levert de relevante resultaten aan. "We willen gebruikers helpen sneller hun weg te vinden binnen de Eplan-software en hen op het juiste moment voorzien van de informatie en functionaliteiten die ze nodig hebben", licht Fleming toe.

Tegelijk trekt Eplan een duidelijke grens tussen ondersteuning en autonomie. In eerste instantie maakt Copilot gebruik van gevalideerde Eplan-kennis. In een volgende fase worden ook kennis van partnerbedrijven, klanten en relevante normen geïntegreerd. "In engineering moeten resultaten reproduceerbaar en betrouwbaar zijn. Daarvoor moet de onderliggende architectuur kloppen", benadrukt Fleming. Daarom baseert Copilot zich niet op willekeurig verzamelde internetinformatie. "Zelfs een machine die voor 99 procent correct is ontworpen, zal uiteindelijk niet functioneren wanneer het er echt op aankomt." De langetermijnvisie is echter ambitieus. Naarmate de kennisbasis groeit en extra functionaliteiten worden toegevoegd, moet wat vandaag start als een intelligente Copilot evolueren naar een steeds autonomere pilot.


Van data naar meerwaarde
Jan Fleming tijdens Eplan Next26 in München: “Eplan ziet zichzelf als de verbindende schakel tussen de verschillende spelers in de industrie, van componentfabrikanten en machine- en installatiebouwers tot eindgebruikers.”

Het platform evolueert tot een datagedreven fundament
De volgende ontwikkelingsstap is Eplan Platform 2027, dat sinds begin september beschikbaar is. Volgens Eplan werden ongeveer vijfhonderd klantverzoeken meegenomen in het ontwikkelproces. Fleming spreekt daarbij van een focus op “maximale gebruiksvriendelijkheid”. Nieuwe functies in Eplan Preplanning, Eplan Electric P8 en Eplan Pro Panel vereenvoudigen en automatiseren verschillende stappen in het engineeringproces verder, onder meer tijdens de voorplanning en bij het genereren van 3D-projecten. Fleming beschouwt deze release dan ook als veel meer dan een traditionele software-update. "Het grootste voordeel dat Eplan bedrijven biedt, is de mogelijkheid om op te schalen", zegt hij. "Met dezelfde beschikbare middelen kunnen organisaties meer projecten uitvoeren en een groter aantal varianten beheersbaar houden."

Daarbij hoort ook het systematisch organiseren van hergebruik. Regelgebaseerde projectgeneratie kan nu al aanzienlijke productiviteitswinst opleveren, zonder dat daarvoor noodzakelijkerwijs artificiële intelligentie nodig is. "Opschalen begint niet pas met artificiële intelligentie", merkt Fleming op. "Door te standaardiseren, hergebruiken en functies automatisch samen te stellen, verhogen we zowel de snelheid als de kwaliteit en helpen we tegelijk het tekort aan vakmensen op te vangen." Veel van deze processen zijn vandaag al regelgebaseerd. "In Eplan worden gestandaardiseerde, herbruikbare schemafuncties samengebracht tot projectspecifieke oplossingen. Artificiële intelligentie speelt daarin voorlopig nog slechts een beperkte rol", aldus Fleming. Toch leveren deze aanpakken vandaag al aanzienlijke schaalvoordelen op.

Databeheer in de cloud krijgt tegelijkertijd een steeds strategischere rol. Project-, stam- en apparaatgegevens kunnen niet langer als afzonderlijke entiteiten worden beschouwd. Met Eplan Platform 2027 wordt de synchronisatie van stam- en apparaatgegevens via Eplan Cloud nog sterker geïntegreerd in de workflow. Fleming: "Voor ons betekent end-to-end dat data niet stopt aan de grens van één applicatie." Daarmee reikt de ambitie verder dan een gebruiksvriendelijkere interface alleen. Het platform evolueert naar een consistente en uitgebreide datagrondslag voor de daaropvolgende processtappen.

Tijdens Eplan Next26 liet fabrikant Eaton zien hoe deze datagrondslag doorwerkt in downstreamprocessen. In een fabriek voor schakelsystemen in China vormt het Eplan Platform de ruggengraat van de elektrotechnische engineering. Humanoïde robots gebruiken camera's om bedrading te inspecteren en te controleren of markeringen overeenkomen met de engineeringdocumentatie. Fleming ziet dit als meer dan een opvallende toepassing van artificiële intelligentie: "De robot scant de kast, vergelijkt de markeringen met de schema's en detecteert verkeerd gemarkeerde of foutief bedrade verbindingen. Dit toont aan welke meerwaarde hoogwaardige engineeringdata kan bieden, tot en met kwaliteitsborging."

Normen maken van data een procesketen
Eplan Smart Sourcing, eveneens geïntroduceerd tijdens Next26, laat zien hoe naadloos deze procesketen kan functioneren. De oplossing verbindt elektrotechnische engineering en inkoop: al tijdens de ontwerpfase kunnen engineers nagaan of benodigde componenten beschikbaar zijn bij aangesloten fabrikanten en distributeurs en wanneer deze geleverd kunnen worden. Kritieke onderdelen kunnen daardoor vroegtijdig worden vervangen, terwijl gevalideerde stuklijsten rechtstreeks kunnen worden overgedragen aan de inkoopafdeling. Fleming: "Smart Sourcing is een goed voorbeeld van hoe we de ontbrekende schakels in het end-to-end-proces wegwerken. Het verbindt een technische beslissing in engineering rechtstreeks met de daadwerkelijke beschikbaarheid binnen de toeleveringsketen."

Dergelijke verbindingen functioneren uiteraard alleen wanneer de betrokken systemen dezelfde taal spreken. Daarom vormen open standaarden een centrale pijler binnen de Eplan-strategie. Fleming: "AI heeft weinig waarde zonder schone, gestandaardiseerde data." De Asset Administration Shell (AAS) moet ervoor zorgen dat data op een gestructureerde en fabrikantonafhankelijke manier kan worden uitgewisseld. ECLASS Advanced legt daarbij een belangrijke semantische basis. De Industrial Digital Twin Association (IDTA) gebruikt de AAS om de structuur, interfaces en semantiek van een gestandaardiseerde digitale tweeling te definiëren.

Voor Eplan draait het daarbij om meer dan alleen standaardisatie. Het Data Portal bevat momenteel meer dan vier miljoen statische en configureerbare apparaatgegevens van meer dan 550 fabrikanten. Wanneer deze data in een gestandaardiseerd formaat beschikbaar is, kan ze niet alleen in schema's worden gebruikt, maar ook in andere processtappen worden hergebruikt en automatisch worden verwerkt. Fleming: "Data kan pas een echte motor voor productiviteit worden wanneer ze eenduidig is en zonder vertaling of herformattering kan worden hergebruikt." Volgens hem zijn cloudtechnologie, AI en de AAS geen afzonderlijke technologietrends, maar bouwstenen van dezelfde end-to-end-architectuur.

Fleming erkent dat er al jarenlang over de Asset Administration Shell wordt gesproken. Vooral in Duitsland wordt volgens hem veel geconceptualiseerd en wetenschappelijk geanalyseerd, terwijl de pragmatische implementatie in marktrijpe oplossingen niet altijd even snel verloopt. Dit keer ziet hij echter een kans om de noodzakelijke kritische massa te bereiken: "Alleen verklaren dat we ons aan een standaard verbinden, brengt ons niet verder. De belangrijkste vraag is of we oplossingen kunnen creëren die voor gebruikers eenvoudig inzetbaar zijn." Grote industriële bedrijven moeten volgens hem concrete toepassingen ontwikkelen die verder gaan dan louter hun steun uitspreken voor de AAS.


Van data naar meerwaarde
Wanneer een fabrikant een component wijzigt, worden gebruikers automatisch geïnformeerd over de impact op hun projecten. Gestandaardiseerde Product Change Notifications maken een verdere automatisering van wijzigingsbeheer mogelijk.

Wanneer de wijziging de gebruiker bereikt

Product Change Notifications (PCN) tonen hoe concreet deze aanpak kan worden. Vanuit het perspectief van een componentfabrikant schetst Fleming de uitdaging als volgt: "Een component wordt geleverd aan een schakelkastbouwer, de schakelkast wordt in een machine geïntegreerd en die machine wordt vervolgens aan de eindgebruiker geleverd. Hoe bereik ik als componentfabrikant uiteindelijk de gebruiker van mijn component als ik niet weet waar die is geïnstalleerd?" Vanuit een dataperspectief kunnen deze schakels via de AAS en Eplan Projects met elkaar worden verbonden.

Eplan en Phoenix Contact ontwikkelden hiervoor een usecase op basis van de AAS. Wanneer een fabrikant een component wijzigt, uitfaseert of een veiligheidsrelevante update uitbrengt, kan die informatie gestructureerd worden verwerkt via het Eplan Data Portal. De engineer ontvangt een melding en kan meteen zien in welke projecten of bestaande installaties het betreffende onderdeel wordt gebruikt. Fleming: "Dit zijn precies de toepassingen waarin zichtbaar wordt of een standaard daadwerkelijk meerwaarde creëert. Informatie mag niet ergens ongebruikt blijven liggen. Ze moet automatisch terechtkomen op de plaats waar ze een beslissing in gang zet." Tijdens de SPS-vakbeurs in november presenteren Eplan en Phoenix Contact hun nieuwe PCN-oplossing. "We tonen aan dat we in Duitsland een sterk concept kunnen omzetten in een pragmatische oplossing voor de markt."

Deze evolutie verandert ook de rol van Eplan. Het bedrijf verschuift steeds meer van leverancier van een engineeringplatform naar een centrale speler binnen een digitaal ecosysteem dat componentfabrikanten, machine- en installatiebouwers, schakelkastbouwers, distributeurs en eindgebruikers met elkaar verbindt. Daarbij draait het niet alleen om de functionaliteit van de software, maar vooral om de vraag of data bruikbaar blijft over verschillende bedrijven, systemen en processen heen.


Van data naar meerwaarde
Tijdens de paneldiscussie Connected Industry kondigde Eplan een nieuwe oplossing aan op basis van de Asset Administration Shell (AAS). Die wordt in november samen met Phoenix Contact voorgesteld tijdens de SPS-vakbeurs.

Eplan Next27 als bewijs
En daarmee zijn we terug bij Eplan Next. Tijdens Eplan Next26 in mei werd tijdens de paneldiscussie Connected Industry de ambitie uitgesproken om concrete oplossingen te ontwikkelen op basis van de Asset Administration Shell. De SPS-vakbeurs vormt de volgende belangrijke mijlpaal. Daar zullen Eplan en Phoenix Contact hun eerste gezamenlijke oplossing voorstellen.

De volgende editie van Eplan Next vindt plaats op 9 en 10 juni 2027 in Keulen. Fleming verwacht niet alleen verdere productinnovaties en een nog grotere aanwezigheid, maar vooral tastbare vooruitgang op het vlak van data gedreven toepassingen. "Eplan Next27 wordt voor ons de ultieme test. Hebben we met de AAS en end-to-end-processen daadwerkelijk grote stappen gezet, of staan we er een jaar later nog steeds en zeggen we dat we het eigenlijk zouden moeten doen?"

Fleming ziet hier twee belangrijke trends samenkomen. Enerzijds moeten AI, automatisering en een verbeterde gebruiksvriendelijkheid gebruikers ondersteunen om de best mogelijke engineers te worden. Anderzijds moeten gestandaardiseerde data en open interfaces ervoor zorgen dat de procesketen naadloos over organisatorische grenzen heen verloopt. Autonome engineering is daarbij geen startpunt, maar het resultaat van een solide data- en procesarchitectuur. Zoals Fleming het verwoordt: "Alleen wanneer data overal consistent beschikbaar is, kunnen we AI ook op een consistente manier inzetten."

www.eplan.com

Registreer je hier direct voor Eplan Next27: Eplan Next27

Auteur: Ronald Heinze/ Hoofdredacteur Open Automation, Duitsland

 
 

 

 

  Meer weten…

LinkedIn
Pinterest

Sluit u aan bij de 155.000+ IMP-volgers